News:

Musea en andere bezitters van roofkunst kunnen strafbaar zijn aan witwassen - Museums and other owners of looted art may be guilty of money laundering

1970
1945
Trouw 10 June 2021
Martin Lambregts

(English translation below)

Niet alleen moreel hebben musea en andere bezitters van roofkunst mogelijk een probleem, maar ook juridisch. Zolang je geen afstand doet van een gestolen voorwerp of de informatie over de herkomst verhult , ben je strafbaar, aldus officier van justitie Martin Lambregts.

In een interview met deze krant over zijn boek Ongemakkelijk erfgoed dat deze week verschijnt, zegt roofkunst-expert Jos van Beurden dat er geen juridische verplichting is om roofkunst af te staan (Verdieping, 5 juni). Wie dat denkt, moet zich verdiepen in artikel 420bis Wetboek van Strafrecht, oftewel witwassen. Daaronder valt namelijk ook het voorhanden hebben van voorwerpen waarvan je weet dat die verworven zijn door een misdrijf.

Zou je bijvoorbeeld vrolijk blijven rondrijden in een auto die je ooit in goed vertrouwen hebt gekocht, terwijl je op enig moment te weten komt dat die auto gestolen is, dan ben je – naar Nederlands strafrecht – vanaf dat moment die auto aan het witwassen. Je maakt je dan schuldig aan een misdrijf waar maximaal zes jaar gevangenisstraf op staat, vergelijkbaar met woninginbraak.

Iets niet in de haak

Schoorvoetend maken musea nu soms melding van de bloedige voorgeschiedenis van sommige kunstvoorwerpen. Zo’n vermelding is in feite bewijs voor witwassen, want daarmee wordt erkend dat er iets niet helemaal in de haak is.

Het onvermeld laten van zulke informatie zou bovendien een aparte witwashandeling opleveren. Witwassen omvat namelijk ook het verhullen van de werkelijke herkomst van een gestolen voorwerp. Een strafrechtelijke veroordeling voor witwassen kan mede inhouden dat het betreffende kunstvoorwerp eigendom wordt van de staat (zogeheten verbeurdverklaring).

Ook kan het financiële voordeel dat met het witwassen is behaald worden ontnomen, bijvoorbeeld een deel van de jarenlange kaartverkoop die te relateren is aan het witgewassen kunstvoorwerp. Twijfelachtig lijkt mij ook in hoeverre witgewassen voorwerpen kunnen worden verzekerd. De strafrechtelijke kwalificatie witwassen kan dus verstrekkende gevolgen hebben.

Maar strekken die gevolgen niet te ver terug in de tijd? Nee, want witwassen richt zich op handelingen in de 21ste eeuw; witwassen is strafbaar sinds 14 december 2001. Niet de eeuwenoude onderliggende strafbare feiten worden bestraft (die zijn verjaard), maar het vandaag de dag voorhanden hebben van voorwerpen die daarvan afkomstig zijn.

Besmette erfenis

Vergelijk de situatie met erfgenamen van een overleden crimineel; aanvaarden zij de erfenis terwijl zij weten dat pa zijn geld verdiende met cocaïnehandel en afpersing, dan maken zij zich schuldig aan witwassen. Het delict witwassen dwingt dus tot het afstand doen van vermogen waarvan je weet dat het besmet is.

Nu kan van elke erfenis en hedendaags vermogen ergens in de geschiedenis wel een smet worden aangewezen. Zo is de tegenwoordige rijkdom van veel Westerse economieën deels terug te voeren op een gewelddadig koloniaal verleden. Witwassen is daarom waarschijnlijk net zo wijdverspreid als het coronavirus.

Maar vaak zal het besmette vermogen in de loop der tijd vermengd zijn geraakt met legitiem vermogen. En dan is het lastig aan te tonen dat er een zodanig verband is met een eerder misdrijf, dat sprake is van witwassen. Dat is anders in geval van geroofde kunstvoorwerpen. Die voorwerpen zijn immers steeds één geheel geweest en dus niet vermengd.

Ook juridische dimensie

Zowel musea als particuliere bezitters maken zich dus mogelijk schuldig aan witwassen zolang zij geen afstand doen van hun roofkunst. Het ongemak over dergelijk erfgoed heeft daarom niet alleen een ethische, maar beslist ook een juridische dimensie.

In hoeverre die juridische dimensie in de praktijk moet worden gebracht vereist een debat op zich; met het strafrecht moet immers, als uiterste middel, zuinig worden omgesprongen.

Ondertussen is de ironie evenwel dat we ons bevlekte blazoen niet schoon krijgen, ondanks voortdurend witwassen.

English translation

Museums and other owners of looted art may have a problem not only morally, but also legally. As long as you do not give up a stolen object or conceal the information about its origin, you are punishable, according to public prosecutor Martin Lambregts.

In an interview with this newspaper about his book Uncomfortable Heritage that will be published this week, looted art expert Jos van Beurden says that there is no legal obligation to surrender looted art (Verdieping, 5 June). Anyone who thinks so should delve into Article 420bis of the Criminal Code, or money laundering. This also includes the possession of objects that you know have been acquired through a crime.

For example, if you were to happily drive around in a car that you once bought in good faith, while at some point you find out that that car has been stolen, then you are – according to Dutch criminal law – from that moment on you are laundering that car. You are then guilty of a crime that carries a maximum prison sentence of six years, comparable to domestic burglary.

Something not right

Reluctantly, museums now sometimes mention the bloody history of some artefacts. Such a mention is in fact evidence of money laundering, because it recognizes that something is not quite right.

Leaving such information unmentioned would also constitute a separate money laundering operation. Money laundering also includes concealing the true origin of a stolen item. A criminal conviction for money laundering can also mean that the art object in question becomes the property of the state (so-called confiscation).

The financial advantage gained from money laundering can also be taken away, for example part of the many years of ticket sales that can be related to the laundered art object. It also seems doubtful to me to what extent money-laundered objects can be insured. The criminal classification of money laundering can therefore have far-reaching consequences.

But don't those consequences extend too far back in time? No, because money laundering focuses on acts in the 21st century; money laundering has been punishable since December 14, 2001. It is not the age-old underlying offenses that are punished (which are time-barred), but the possession today of objects that originate from them.

Infected inheritance

Compare the situation with heirs of a deceased criminal; if they accept the inheritance knowing that dad made his money through cocaine trafficking and extortion, then they are guilty of money laundering. The offense of money laundering therefore forces you to relinquish assets that you know to be contaminated.

Now a blemish can be pointed out of every legacy and contemporary wealth somewhere in history. For example, the current wealth of many Western economies can partly be traced back to a violent colonial past. Money laundering is therefore probably as widespread as the coronavirus.

But often the contaminated assets will have become mixed with legitimate assets over time. And then it is difficult to demonstrate that there is such a connection with a previous crime, that there is money laundering. This is different in the case of looted art objects. After all, these objects have always been one whole and therefore not mixed.

Also legal dimension

Both museums and private owners may therefore be guilty of money laundering as long as they do not relinquish their looted art. The discomfort about such heritage therefore has not only an ethical, but certainly also a legal dimension.

To what extent that legal dimension should be put into practice requires a debate in itself; after all, criminal law must be used sparingly as a last resort.

Meanwhile, the irony is that we can't get our stained heritage clean, despite constant laundering.


 

https://www.trouw.nl/opinie/musea-en-andere-bezitters-van-roofkunst-kunnen-strafbaar-zijn-aan-witwassen~b817ab9a/
© website copyright Central Registry 2021