News:

Waarom een rechtszaak over roofkunst vaak stukloopt (en hoe het anders kan)

1998
1970
1945
Universiteit Leiden 29 October 2021
Merijn van Nuland

(English translation below)

Er zijn nauwelijks heldere regels voor de teruggave van gestolen kunst. Daardoor worden veel zaken niet in de rechtbank beslist, maar in de politieke arena. Evelien Campfens doet in haar promotieonderzoek voorstellen hoe dat anders kan. Promotie op 11 november.

In augustus van dit jaar hakte de Gemeente Amsterdam de knoop door: het Kandinsky-schilderij Bild mit Häusern (1909) moest terug naar de erfgenamen van de voormalige Joodse eigenaar. De gemeente concludeerde dat het waardevolle doek in 1940 voor een schijntje door het Stedelijk Museum is aangekocht, kort nadat de Joodse eigenaar Nederland was ontvlucht voor de Nazi’s. Volgens de erfgenamen kreeg het museum het schilderij ‘op onethische wijze’ in handen, en de gemeente gaf hen nu gelijk.

Daarmee maakte de Gemeente Amsterdam een eind aan een jarenlange strijd. In 2018 werd de zaak namelijk al beoordeeld door de zogeheten Restitutiecommissie. Die commissie concludeerde destijds dat het geen roofkunst was. De verkoop van het schilderij hing namelijk samen met de ‘verslechterde financiële omstandigheden’ waarin de Joodse eigenaar al voor de oorlog verkeerde. Met andere woorden: de aankoop was volgens de commissie niet in strijd met de ethische normen.

Deze zaak laat zien hoe politiek de teruggave van roofkunst vaak is,’ zegt promovenda Evelien Campfens, die zelf ook lange tijd voor de Restitutiecommissie heeft gewerkt. ‘Wegens gebrekkige wetgeving is het voor nabestaanden vaak erg lastig om juridisch hun gelijk te halen. Tegelijkertijd is er bij vrijwel iedereen het besef dat het moreel gezien niet klopt dat claims van beroofde eigenaren simpelweg verjaard blijken, en dat er wat moet gebeuren. In zo’n niet-juridisch model is natuurlijk continu de vraag: wie bepaalt wat rechtvaardig is? Dat resulteert in allerlei ad-hoc politieke beslissingen.’ Ook bij de teruggave van koloniale kunst is dit vaak het geval.

Juridisch raamwerk

Campfens komt in haar proefschrift met voorstellen voor een juridisch raamwerk. Aan de hand van dat raamwerk kunnen verschillen van mening over roofkunst ook door een rechtbank worden beslecht. Daarvoor maakt ze een duidelijk onderscheid tussen eigendom en erfgoed. Waar het huidige model vooral gebaseerd is op de vraag of iemand de rechtmatige eigenaar van het kunstvoorwerp is, iets waar per land verschillend over wordt gedacht, zouden we volgens Campfens ook mee moeten nemen wat de immateriële erfgoedwaarde van een object is. Dus naast een eigendomstitel kan je ook spreken van een erfgoedtitel. Zo hebben veel cultuurgoederen niet alleen een economische waarde voor de eigenaar, maar ook een religieuze of culturele waarde voor bepaalde gemeenschappen of families.

Vervolgens laat Campfens zien dat er veel bruikbare normen in internationale verdragen zijn die deze erfgoedwaarde in het recht verankeren. Denk daarbij aan het mensenrecht op cultuur en rechten van inheemse gemeenschappen op hun verloren cultuurgoederen. Campfens: ‘Regels voor erfgoedbescherming bestaan dus eigenlijk al, maar moeten ook worden ingezet in kwesties over betwist kunstbezit. Het is aan wetenschappers die normen verder te ontwikkelen en aan rechters om deze regels mee te nemen in hun oordeel, en op die manier jurisprudentie op te bouwen.’

Onrecht rechtzetten

Betekent dit dat bijvoorbeeld alle kunst uit de koloniale periode terug moet naar het land van herkomst? Nee, zegt Campfens. ‘Culturele diversiteit is immers ook een groot goed, en het is alleen maar goed als mensen kunst van over de hele wereld kunnen bewonderen. Maar dat moet dan wel eerlijker verdeeld zijn en geen argument zijn van Westerse landen om claims af te wimpelen – zoals lang het geval was. Onderzoek naar hoe een kunstvoorwerp is verhandeld – herkomstonderzoek – wordt hoe dan ook belangrijker in de kunstwereld. De vraag welk verhaal wordt verteld bij een object in een museum kan ook onderdeel zijn van de oplossing, het gaat immers vaak ook om erkenning van onrecht. Dan kan het heel goed zijn dat een voorwerp prima in een museum kan blijven.'

Ze vervolgt: 'Het belangrijkste punt, wat mij betreft, is dat we erkennen dat dit soort claims wel degelijk een kwestie zijn van het recht, en niet alleen maar afhankelijk zijn van de al dan niet hoogstaande moraal van een nieuwe bezitter. En niet bang moeten zijn om onrecht uit het verleden recht te zetten. Restitutie biedt in die zin ook kansen.’



Op het moment dat je dit soort kwesties niet meer alleen ziet als eigendomsvraag – het is exclusief van jou of van mij – maar ook denkt in termen van beheer, toegang en controle, zijn vele oplossingen mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan gedeeld beheer. In zo’n geval kan een object in beheer zijn bij een museum, maar heeft een herkomstgemeenschap de daadwerkelijke controle over het werk en zeggenschap hoe dat wordt tentoongesteld. Campfens: ‘Het zijn allemaal manieren om uit de patstelling te komen, die door velen wordt gezien als een voortdurende onrechtmatige situatie.’

English translation:

Why a lawsuit about looted art often fails (and how it can be done differently)

There are hardly any clear rules for the return of stolen art. As a result, many cases are not decided in court, but in the political arena. Evelien Campfens proposes in her PhD research how this can be done differently. 

In August of this year, the Municipality of Amsterdam made the decision: the Kandinsky painting Bild mit Häusern (1909) had to be returned to the heirs of the former Jewish owner. The municipality concluded that the valuable canvas was purchased for a pittance by the Stedelijk Museum in 1940, shortly after the Jewish owner had fled the Netherlands from the Nazis. According to the heirs, the museum got hold of the painting 'in an unethical way', and the municipality now agreed with them.

With this, the Municipality of Amsterdam put an end to a long struggle. In 2018, the case was already assessed by the Dutch Restitutions Committee. That committee concluded at the time that it was not looted art. The sale of the painting was related to the 'deteriorating financial circumstances' in which the Jewish owner found himself before the war. In other words, according to the committee, the purchase did not violate ethical standards.

'This case shows how political the restitution of looted art often is,' says PhD candidate Evelien Campfens, who has also worked for the Restitutions Committee for a long time. 'Due to inadequate legislation, it is often very difficult for surviving relatives to be legally justified. At the same time, almost everyone realizes that it is morally wrong that claims from robbed owners simply turn out to be time-barred, and that something needs to be done. In such a non-legal model, the question is of course continuously: who determines what is just? That results in all kinds of ad hoc political decisions.' This is also often the case with the return of colonial art.

Legal framework

In her dissertation, Campfens comes up with proposals for a legal framework. Based on that framework, differences of opinion about looted art can also be settled by a court. To this end, she makes a clear distinction between property and heritage. While the current model is mainly based on the question of whether someone is the rightful owner of the art object, something that differs from country to country, Campfens believes that we should also take into account the intangible heritage value of an object. So in addition to a property title, you can also speak of a heritage title. For example, many cultural objects not only have an economic value for the owner, but also a religious or cultural value for certain communities or families.

Campfens then shows that there are many useful standards in international treaties that anchor this heritage value in law. Think of the human right to culture and the rights of indigenous communities to their lost cultural goods. Campfens: 'In fact, rules for heritage protection already exist, but they should also be applied in matters of disputed art ownership. It is up to scientists to further develop these standards and to judges to take these rules into account in their judgment, and in this way build up case law.'

Righting wrong

Does this mean that, for example, all art from the colonial period must be returned to its country of origin? No, says Campfens. 'Cultural diversity is also a great asset, and it's only good if people can admire art from all over the world. But that must be distributed more fairly and not be an argument for Western countries to brush off claims – as was the case for a long time. In any case, research into how an art object is traded – provenance research – is becoming more important in the art world. The question of what story is told with an object in a museum can also be part of the solution, after all, it often also involves acknowledging injustice. Then it may very well be that an object can remain in a museum.'

She continues: 'The most important point, as far as I'm concerned, is that we recognize that these kinds of claims are indeed a matter of law, and not just dependent on the high or low morals of a new owner. And don't be afraid to right wrongs of the past. In that sense, restitution also offers opportunities.' 

The moment you no longer see these kinds of issues just as a question of ownership – it is exclusively yours or mine – but also think in terms of management, access and control, many solutions are possible. For example, consider shared management. In such a case, an object may be managed by a museum, but a provenance community has actual control over the work and how it is displayed. Campfens: 'They are all ways to get out of the stalemate, which many see as an ongoing illegal situation.'

 

https://www.universiteitleiden.nl/nieuws/2021/10/waarom-een-rechtszaak-over-roofkunst-vaak-stukloopt-en-hoe-het-anders-kan
© website copyright Central Registry 2022