News:

Rijksmuseum koopt kostbaar Meissen-porselein, Joods bezit in nazitijd, terug dat het eerder moest afstaan

2023
1998
1970
1945
De Volkskrant 26 April 2022
Michiel Kruijt

De collectie Meissen-porselein, nu te bewonderen in de eregalerij van het Rijksmuseum, kent een tragische geschiedenis. Een Joodse familie werd door de nazi’s gedwongen het te verkopen. Na de oorlog kwam het in het Rijksmuseum terecht. Dat moest het in 2019 afstaan, maar wist het daarna deels te kopen.


Koffie- en theeservies, veelkleurig beschilderd met chinoiserieën en het wapen van de Venetiaanse familie Morosini, Meissener Porzellan Manufaktur, 1731.

Mara Lagerweij, roofkunstspecialist van het Rijksmuseum in Amsterdam, kan haar enthousiasme nauwelijks verhullen. Voor het eerst besteedt haar museum prominent aandacht aan het werk van het vierkoppige team waarvan zij deel uitmaakt. Vanaf woensdag wordt op de Eregalerij een half jaar lang Meissen-porselein tentoongesteld met een aangrijpende historie.

Al tien jaar doet het Rijksmuseum herkomstonderzoek – veel musea in Nederland hebben zich daartoe verplicht. Lagerweij en haar collega's speuren in de eigen collectie naar voorwerpen die door Joden onvrijwillig zijn afgestaan tussen 1933, toen in Duitsland het nazibewind van Adolf Hitler aan de macht kwam, en het einde van de Tweede Wereldoorlog. Dat is een enorme klus; het Rijks heeft sinds 1933 ongeveer 80 duizend objecten verworven. Het museum betaalt het onderzoek zelf, legt Lagerweij uit. ‘Omdat we belangrijk vinden dat dit wordt verricht.’

In de afgelopen jaren hebben enkele musea in Nederland mogelijke roofkunst uit de eigen collectie geëxposeerd. Dat het Rijksmuseum dit nu ook doet, komt door twee gebeurtenissen: de instelling moest het Meissen-porselein afstaan, maar kon onlangs weer een deel daarvan terugkopen.

Het witte goud

Chinees en Japans porselein werd in de 17de eeuw op grote schaal aangevoerd naar Europa. Daar wist men niet hoe dit kostbare keramiek werd gefabriceerd. In Dresden werd het geheim achter het ‘witte goud’ ontrafeld; in 1710 werd nabij de Duitse stad de later beroemd geworden Meissen porseleinfabriek opgericht. Die bestaat nog steeds.


De familie Oppenheimer, 1 augustus 1931. Bovenste rij: Franz Moritz Herzberg en zijn vrouw Marie Louise Herzberg-Oppenheimer (dochter), Karl Oppenheimer (zoon). Onderste rij: Margarethe Oppenheimer, Karl (later Charles Francis) Herzberg, Franz Oppenheimer, Hans (later John) Peter Herzberg

In de eerste decennia van de 20ste eeuw legde het Berlijnse echtpaar Franz en Margarethe Oppenheimer een topverzameling aan van Meissen-porselein uit de vroege periode. Zij brachten meer dan driehonderd objecten bij elkaar (een object kan een heel servies zijn). Hun leven veranderde ingrijpend nadat de nazi’s de macht hadden grepen – ze waren Joods. In 1936 konden ze na betaling van een torenhoge belasting naar Wenen verhuizen. Twee jaar later sloegen zij opnieuw op de vlucht, kort voordat Duitsland Oostenrijk annexeerde. Ze belandden in New York, waar Margarethe in 1949 overleed en Franz een jaar later.

Zowel in Berlijn als in Wenen namen de nazi’s delen van hun collectie in beslag. Maar de Oppenheimers wisten veel en bloc te verkopen aan Fritz Mannheimer, een tot Nederlander genaturaliseerde Duitser die ook Joods was en eveneens Meissen-porselein verzamelde.

Ongekende kunstverzameling

Mannheimer richtte in 1920 een filiaal in Amsterdam op van Mendelssohn & Co, een prestigieuze bank in Berlijn. Hij verdiende veel geld op de krediet- en valutamarkt en regelde in de jaren dertig heel wat staatsleningen in Europa. Hij hielp ook Joden die door de nazi’s werden bedreigd. Op kosten van zijn onderneming vergaarde hij een kunstverzameling die zijn gelijke niet kende in Nederland.


Klokkast met Arachne en Athene, Meissener Porzellan Manufaktur, 1727. Beeld Carola van Wijk Klokkast met Arachne en Athene, Meissener Porzellan Manufaktur, 1727.

Die stond voor een groot deel opgesteld in zijn riante huis pal achter het Rijksmuseum. Dat kreeg de bijnaam ‘Villa Protski’ – Mannheimer werd een protserige levensstijl verweten, onder meer omdat hij zich in Amsterdam in een Rolls-Royce liet vervoeren. De speling van het lot wil dat in deze villa nu de kantoren zijn van de directie en staf van het Rijksmuseum.

In 1938 werd Mendelssohn & Co door de nazi’s gesloten – de Berlijnse bank had Joodse eigenaars. Mannheimer raakte daarna in financiële moeilijkheden. Het jaar daarop trouwde hij met de jonge vrouw die hem vanwege een hartkwaal verzorgde. Acht weken later overleed hij, 48 jaar oud.

Zijn bankfiliaal in Amsterdam ging meteen failliet, er bleek een enorme schuld te zijn. In 1940 werd de curator gedwongen veel kunstschatten van Mannheimer, waaronder het Meissen-porselein, te verkopen aan de Duitse bezetter. Die waren bestemd voor het Führermuseum dat Hitler wilde stichten, maar dat nooit werd gerealiseerd. Na de oorlog kwam de kunst terug naar Nederland. In 1952 werd het merendeel aan het Rijksmuseum toegewezen. Vijfhonderd objecten worden vandaag de dag nog steeds getoond in de vaste collectie, het bewijs dat Mannheimer een fenomenale verzamelaar was.

Gecompliceerd onderzoek

In 2015 ontving de Nederlandse Staat een claim van erfgenamen van Franz en Margarethe Oppenheimer. Zij eisten het Meissen-porselein op dat aan Mannheimer was verkocht. Wie deze nabestaanden zijn, weet het Rijksmuseum niet precies: er is alleen contact met hun advocaat. Het onderzoek dat vervolgens werd verricht, was extra gecompliceerd. Mannheimer en het echtpaar hebben geen administratie achtergelaten van hun aankopen, mogelijk om de nazi’s niet wijzer te maken. ‘Veel is achterhaald door circumstantial evidence’, zegt Lagerweij.

De Restitutiecommissie, de instantie die de Nederlandse regering adviseert over claims op roofkunst, oordeelde in 2019 dat het porselein aan de erfgenamen zou moeten worden overgedragen: 92 objecten uit het Rijksmuseum plus 17 stukken uit twee andere musea. Aannemelijk is, aldus de Restitutiecommissie, dat de Oppenheimers die hebben verkocht om hun vlucht te financieren. Het advies werd overgenomen.


Chocoladestel, Meissener Porzellan Manufaktur, ca. 1740.

In september 2021 kwam al het teruggegeven porselein in één klap op de markt: het werd geveild in New York. Het Rijksmuseum hoopte alles te kunnen kopen, want het wilde de collectie terug die zich volgens Femke Diercks, hoofd toegepaste kunst, in kwaliteit kan meten met de vermaarde Porzellansammlung in Dresden. Dankzij steun van fondsen en een particulier kwam hiervoor 7,2 miljoen euro beschikbaar.

Bij het begin van de veiling bleek echter dat er veel hoger wordt geboden dan verwacht. ‘We hadden ons heel goed voorbereid, maar werden toch overvallen’, zegt Diercks. Razendsnel moesten keuzen worden gemaakt. ‘Het was een soort war room hier.’ Het Rijksmuseum bemachtigde 61 van de 109 objecten die waren gerestitueerd.

De erfgenamen weten dat deze aankopen nu worden getoond op de Eregalerij en dat daarbij ook de geschiedenis van de collectie wordt verteld. Zij stelden een foto beschikbaar van hun familie, genomen op de 60ste verjaardag van Franz Oppenheimer. Dat was op 1 augustus 1931, anderhalf jaar voordat Hitler aan de macht kwam.

Duurste stukken

Het Rijksmuseum wist de twee meest begeerde stukken te verwerven van het Meissen-porselein dat in september 2021 in New York werd geveild: een ‘klokkast’ die voor 1,3 miljoen euro weg ging (inclusief commissie voor veilinghuis Sotheby’s) en een koffie- en theeservies dat 1,1 miljoen opleverde. De veiling van de objecten die door Fritz en Margarethe Oppenheimer waren verzameld, bracht 12,7 miljoen euro op.


English translation:


Rijksmuseum buys back precious Meissen porcelain, Jewish property in Nazi times, that it had to give up earlier

The Meissen porcelain collection, now on display in the Rijksmuseum's Hall of Fame, has a tragic history. A Jewish family was forced to sell it by the Nazis. After the war it ended up in the Rijksmuseum. It had to relinquish that in 2019, but then managed to buy part of it.

Mara Lagerweij, looted art specialist at the Rijksmuseum in Amsterdam, can hardly disguise her enthusiasm. For the first time, her museum pays prominent attention to the work of the four-person team of which she is a part. From Wednesday, Meissen porcelain with a moving history will be exhibited in the Gallery of Honor for six months.

The Rijksmuseum has been conducting provenance research for ten years – many museums in the Netherlands have committed themselves to this. Lagerweij and her colleagues search their own collection for objects that were involuntarily donated by Jews between 1933, when the Nazi regime of Adolf Hitler came to power in Germany, and the end of the Second World War. That's a huge job; Since 1933, the Rijks has acquired approximately 80 thousand objects. The museum pays for the research itself, Lagerweij explains. 'Because we think it's important that this is done.'

In recent years, several museums in the Netherlands have exhibited possible looted art from their own collection. The fact that the Rijksmuseum is now also doing this is due to two events: the institution had to donate the Meissen porcelain, but was recently able to buy back some of it.

The white gold

Chinese and Japanese porcelain was widely supplied to Europe in the 17th century. There they did not know how this precious ceramic was manufactured. In Dresden the secret behind the 'white gold' was unraveled; In 1710, the Meissen porcelain factory, which later became famous, was founded near the German city. It still exists.

In the first decades of the 20th century, the Berlin couple Franz and Margarethe Oppenheimer built a top collection of Meissen porcelain from the early period. They brought together more than three hundred objects (one object can be a whole set of dishes). Their lives changed dramatically after the Nazis took power – they were Jewish. In 1936, after paying a sky-high tax, they were able to move to Vienna. Two years later they fled again, shortly before Germany annexed Austria. They ended up in New York, where Margarethe died in 1949 and Franz a year later.

The Nazis confiscated parts of their collections in both Berlin and Vienna. But the Oppenheimers were able to sell a lot en bloc to Fritz Mannheimer, a German naturalized as a Dutchman who was also Jewish and who also collected Meissen porcelain.

Unprecedented art collection

In 1920 Mannheimer established a branch in Amsterdam of Mendelssohn & Co, a prestigious bank in Berlin. He earned a lot of money on the credit and foreign exchange market and arranged many government loans in Europe in the 1930s. He also helped Jews threatened by the Nazis. At the expense of his company, he amassed an art collection that was unparalleled in the Netherlands.

It was largely set up in his spacious house right behind the Rijksmuseum. This was nicknamed 'Villa Protski' – Mannheimer was accused of a gaudy lifestyle, partly because he was transported in Amsterdam in a Rolls-Royce. The twist of fate has it that this villa now houses the offices of the management and staff of the Rijksmuseum.

In 1938 Mendelssohn & Co was closed by the Nazis – the Berlin bank had Jewish owners. Mannheimer then ran into financial difficulties. The following year, he married the young woman who cared for him because of a heart condition. He died eight weeks later, aged 48.

His bank branch in Amsterdam immediately went bankrupt, there turned out to be an enormous debt. In 1940, the curator was forced to sell many of Mannheimer's art treasures, including Meissen porcelain, to the German occupier. These were intended for the Führermuseum that Hitler wanted to found, but which was never realized. After the war, art returned to the Netherlands. In 1952 the majority was assigned to the Rijksmuseum. Five hundred objects are still displayed in the permanent collection today, proof that Mannheimer was a phenomenal collector.

Complicated research

In 2015, the Dutch State received a claim from heirs of Franz and Margarethe Oppenheimer. They claimed the Meissen porcelain that had been sold to Mannheimer. The Rijksmuseum does not know exactly who these relatives are: there is only contact with their lawyer. The subsequent investigation was extra complicated. Mannheimer and the couple did not leave any records of their purchases, possibly to make the Nazis none the wiser. 'Much has been made obsolete by circumstantial evidence' , says Lagerweij.

The Restitutions Committee, the body that advises the Dutch government on claims to looted art, ruled in 2019 that the porcelain should be transferred to the heirs: 92 objects from the Rijksmuseum plus 17 pieces from two other museums. It is plausible, according to the Restitutions Committee, that the Oppenheimers sold them to finance their flight. The advice was adopted.

In September 2021, all the returned porcelain came onto the market in one fell swoop: it was auctioned in New York. The Rijksmuseum hoped to be able to buy everything, because it wanted the collection back that, according to Femke Diercks, head of applied arts, can measure itself in quality with the renowned Porzellansammlung in Dresden. Thanks to the support of funds and a private individual, EUR 7.2 million was made available for this.

At the start of the auction, however, it turned out that the bids were much higher than expected. 'We had prepared very well, but were still attacked', says Diercks. Choices had to be made at lightning speed. "It was a kind of war room here." The Rijksmuseum obtained 61 of the 109 objects that had been restituted.

The heirs know that these acquisitions are now displayed in the Hall of Fame and that the history of the collection is also told. They provided a photo of their family, taken on Franz Oppenheimer's 60th birthday. That was on August 1, 1931, a year and a half before Hitler came to power.

MOST EXPENSIVE PIECES

The Rijksmuseum managed to acquire the two most coveted pieces of the Meissen porcelain that was auctioned in New York in September 2021: a 'clock case' that sold for 1.3 million euros (including commission for Sotheby's auction house) and a coffee and tea set that yielded 1.1 million. The auction of the objects collected by Fritz and Margarethe Oppenheimer raised 12.7 million euros.

 

https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/rijksmuseum-koopt-kostbaar-meissen-porselein-joods-bezit-in-nazitijd-terug-dat-het-eerder-moest-afstaan~bed39951/?utm_source=link&utm_medium=app&utm_campaign=shared%20content&utm_content=free
© website copyright Central Registry 2023